De leden van het Medisch Tuchtcollege worden benoemd bij KB (Koninklijk Besluit). Zij worden benoemd voor een periode van zes jaar. Voor wie zelf een oordeel wil vellen, bestaat de mogelijkheid zittingen bij te wonen. Het medisch tuchtrecht is namelijk openbaar, wat wil zeggen dat in principe iedereen de mondelinge behandeling van klachten kan bijwonen. Bij de tuchtcolleges zelf ligt de zittingsagenda (de ‘rol’) ter inzage. Alleen in uitzonderlijke gevallen honoreert een tuchtcollege het verzoek om een zitting achter gesloten deuren te laten plaatsvinden. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als het gaat om een klacht over een seksuele relatie en een openbare behandeling van de zaak te belastend zou zijn voor de klager.
Niet alleen patienten, ook familieleden die daarvoor toestemming hebben gekregen van de patient, of nabestaanden van een patient die is overleden, kunnen als klager bij een tuchtcollege optreden. Daarnaast kan de Inspectie voor de Gezondheidszorg een klacht indienen en kan een ziektekostenverzekeraar als belanghebbende klagen.
De meeste klachten worden ingediend tegen huisartsen, en dan vooral tegen de waarnemers. Van de medisch specialisten worden de ‘snijdende’ specialisten het vaakst aangeklaagd.
De tuchtrechter spreekt alleen via zijn schriftelijke uitspraak. Daarom is een zorgvuldige redactie van die uitspraak van het grootste belang voor de acceptatie van het tuchtrecht. Overigens worden lang niet alle uitspraken gepubliceerd in Medisch Contact. Het tuchtcollege bepaalt dat in principe zelf. Soms is de uitspraak over uw klacht van belang voor andere patienten, beroepsbeoefenaren of juristen. Zo kan een oordeel van het tuchtcollege leerzaam zijn voor collega’s van de aangeklaagde. Het college heeft daarom de mogelijkheid de tekst van de eindbeslissing in anonieme vorm te publiceren in de Staatscourant en aan te bieden aan kranten, vakbladen en tijdschriften. Omdat de zitting en de uitspraak in de regel in het openbaar plaatsvinden, zal voor sommige zaken aandacht van de media bestaan.
Het tuchtcollege kan een maatregel opleggen die gevolgen heeft voor de inschrijving van de beroepsbeoefenaar in het BIG-register, bijvoorbeeld een tijdelijke schorsing of een definitieve verwijdering uit het register. In dat geval zal de minister van Volksgezondheid naam en woonplaats van de betreffende beroepsbeoefenaar laten publiceren in de Staatscourant en in dag- en weekbladen die worden gelezen in het gebied waar de hulpverlener zijn beroep uitoefent. Ook de zorginstelling waar de betrokkene werkt,
wordt op de hoogte gesteld.
Eerste tuchtnorm:
Handelen of nalaten van handelen in strijd met de zorg die de geregistreerde zorgverlener behoort te betrachten ten opzichte van de patient
en de naaste betrekkingen van de patient. In de praktijk betekent deze eerste en belangrijkste tuchtnorm dat u bij het tuchtcollege over zeer uiteenlopende zaken kunt klagen.
Enkele voorbeelden:
Tweede tuchtnorm:
Enig ander handelen of nalaten als geregistreerde zorgverlener in strijd met het belang van een goede uitoefening van individuele gezondheidszorg. Deze norm is niet zozeer van belang voor de relatie die u als patient heeft met de hulpverlener, maar waarborgt de zorgvuldigheid van de beroepsbeoefenaar op een aantal andere gebieden.
Voorbeelden zijn:
Voor alle duidelijkheid: naast de hierboven genoemde voorbeelden kunnen ook tal van andere situaties onder (een van) de twee tuchtnormen vallen.
Grondgedachte voor het tuchtrecht
Er zijn twee verschillende redenen waarom professies binnen en buiten de gezondheidszorg het gedrag van hun leden reguleren. De eerste heeft te maken met de client, de tweede met de professional zelf.
1. De eerste reden is dat het werk van de professional voor de client risico’s met zich meebrengt, die moeten worden geminimaliseerd. De relatie tussen een professional en een client is ongelijkwaardig. Door ethische codes, maar ook door certificering, opleidingen, beroepsverenigingen en sanctionering wordt de client beschermd tegen misbruik van deze ongelijkwaardigheid.
2. De tweede reden betreft de maatschappelijke rang en de honorering van de professional. Professies reguleren de toetreding tot het beroep en de onderlinge concurrentieverhoudingen om een adequate beloning voor hun leden te waarborgen. Daarmee stellen ze veilig dat hun inkomen hen voldoende maatschappelijk aanzien verleent. Professies hebben dus als het ware een dubbele agenda, waarop het belang van de client en het eigen belang naast elkaar prijken.